Weerstand is zelden luiheid. Het is meestal onzekerheid of angst. Angst om iets verkeerd te doen. Angst om gezien te worden. Angst om te falen.
Wanneer een leerling zich afsluit, is dat geen tegenwerking maar informatie. De vraag is niet hoe je het wegkrijgt, maar wat eronder zit. Pas als je begrijpt waar iemand bang voor is, kun je begeleiden in plaats van corrigeren.
Dat vraagt iets van de docent. Wie geen zicht heeft op zijn eigen weerstand of angsten, reageert sneller vanuit irritatie of controle. Wie zijn eigen patronen kent, blijft rustiger en mild.
Weerstand vraagt geen druk, maar de eerstvolgende stap. En die stap is elke keer anders.
Is er weerstand tegen een eindpresentatie? Dan is dat bijna altijd angst. Vraag: hoe wil je het wél? Soms is naast iemand staan genoeg.
Is er weerstand tegen duurzaamheid of klimaat? Dan helpt het niet om de discussie te winnen. Geef stilte. Stel open vragen. Luister zonder oordeel. Begrijp eerst de belevingswereld voordat je informatie toevoegt.
Weerstand is niet prettig. Het kan energie kosten. Het heeft veel gezichten. Maar het is geen obstakel dat je moet vermijden. Het is het punt waar ontwikkeling mogelijk wordt.