
In elke klas zitten verschillende typen leerlingen. Kitty zag een groep jongens die vooral ‘doeners’ waren: liever meteen aan de slag dan eerst lezen en plannen. In het begin dreigden ze te verzanden in stoer gedrag en verstoring, maar met de juiste begeleiding kantelde dat.
Samen met een mede‑vrijwilliger (‘Nieske’) wist Kitty de groep te prikkelen: als je zo graag doet, bouw dan iets dat goed is voor de planeet. Ze bedachten een systeem om water op te pompen, te reinigen en weer terug te brengen. Er kwam een grote tekening, een filmpje en – ondanks hun weerstand – uiteindelijk ook een presentatie.
“Ze durfden eigenlijk niet in het echt te praten… toen zei ik: wie durft nog één keer kort te vertellen? Bam, daar gingen ze”
Voor Kitty was dit zo’n moment waarop je ziet wat onderwijs kan doen: leerlingen stappen uit hun comfortzone, krijgen erkenning en worden trots op hun eigen idee.
"*" geeft vereiste velden aan